
Merenwijk - de overstap naar schone energie
Veel van de warmte die we in huis gebruiken voor verwarming, komt van aardgas. Aardgas draagt net als andere fossiele brandstoffen bij aan de opwarming van de aarde. Daarom gaan we in Leiden volledig overstappen op schone energie.
Vier wijken in Leiden werken aan de overstap op schone energie
Gemeente Leiden werkt samen met bewoners en ondernemers aan de overstap op schone energie. We beginnen daarmee in vier Leidse wijken. Dat zijn de Merenwijk, Waardeiland, Stevenshof en Leiden-Zuidwest. Voor deze wijken wordt een wijkuitvoeringsplan gemaakt. Daarin staat wat de beste manier is om die wijken over te stappen op schone energie.
De Merenwijk is met 6.000 woningen een grote wijk, met verschillende buurten. Het wijkuitvoeringsplan waarmee we nu starten, gaat over Merenwijk -Laag. Met Merenwijk-Laag bedoelen we de gebieden waar veel particulier en grondgebonden woningbezit aanwezig is. Dit zijn volgende buurten: Leedewijk-Noord, Leedewijk-Zuid, Zijlwijk-Noord, Zijlwijk-Zuid en een deel van Slaaghwijk (Wijken in Leiden - Gemeente Leiden). Voor Slaaghwijk zijn alleen de straten onderdeel van het gebied die eindigen op ‘-rode’. Dat zijn buurten met voornamelijk eengezinswoningen, die ondanks dezelfde bouwperiode toch nog behoorlijk kunnen verschillen.
Merenwijk-Centrum, Slaaghwijk en het bedrijventerrein Merenwijk krijgen op termijn een eigen wijkuitvoeringsplan.
Collectieve warmtevoorziening
Aansluiting op een collectieve warmtevoorziening is een van de manieren om over te stappen op schone energie. Hiermee kunnen meerdere huizen en gebouwen in een buurt of wijk met 1 of meerdere warmtebronnen verwarmd worden. Bijvoorbeeld met restwarmte uit de industrie of met lokale bronnen zoals bodemwarmte of aquathermie. Lees hier meer over de bronnen die we in Leiden willen gebruiken.
Hieronder zijn de verschillende fases in het project beschreven.
Wilt u meedoen?
- Interesse om mee te denken in de klankbordgroep? Mail dan naar: Warmtetransitie@leiden.nl
- Duurzame Energie Merenwijk
- Tegengas Merenwijk
Heeft u vragen?
- Veelgestelde vragen
- Email: Warmtetransitie@leiden.nl
Handige documenten
Fases
Aanwijzen warmtebedrijf of warmtegemeenschap
Resultaat: Aangewezen warmtebedrijf en een concept wijkuitvoeringsplan (inclusief uitgewerkt kavelplan) per warmtekavel of ontheffing op een klein collectief systeem
Tijdlijn:
Volgens de Wcw moet het College van B&W een warmtebedrijf aanwijzen voor de vastgestelde warmtekavel(s). In het geval van een ontheffing voor kleine collectieve systemen zal de aanvrager het verantwoordelijke bedrijf worden. Dit gebeurt in fase 5. Dit bedrijf krijgt dan de verplichting om de nieuwe warmteoplossing voor de komende 20 tot 30 jaar te leveren voor de warmtekavel(s) of kleine collectieve systemen.
Verschillende vormen van warmtebedrijven
Een warmtebedrijf kan op verschillende manieren tot stand komen (zie figuur 5). Als een warmtesysteem meer dan 1.500 aansluitingen bevat, wordt er een warmtekavel vastgesteld. Binnen een warmtekavel zijn er twee varianten van warmtebedrijf mogelijk. De eerste optie is een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang, waarbij ten minste 50% van het bedrijf in handen van de gemeente, de provincie, het rijk of een ander openbaar lichaam moet zijn. Dit wordt ook wel een publiek warmtebedrijf genoemd. De tweede variant is dat een warmtegemeenschap een warmtebedrijf opricht. Een warmtegemeenschap is een rechtspersoon of personenvennootschap waar leden of aandeelhouders vrijwillig kunnen toe- en uittreden. Deze is niet winstgericht. Dit zijn bijvoorbeeld de bewoners en ondernemers in het gebied die via een klein collectief initiatief zelf een warmteoplossing willen aanbieden. Deze warmtegemeenschap is verantwoordelijk voor het oprichten van een eigen warmtebedrijf ten behoeve van een kavelaanwijzing of ontheffingsaanvraag. Daarom zal in de volgende paragrafen alleen nog over het warmtebedrijf worden gesproken, ongeacht of het om welk type warmtebedrijf het gaat.
Het college zal op aanvraag van initiatiefnemer(s) ontheffing verlenen voor de exploitatie van kleine collectieve warmtesystemen binnen het wettelijke kader.
Een klein collectief systeem bevat minder dan 1.500 aansluitingen. Hier gelden specifieke regels. Een warmtebedrijf dat een klein collectief systeem wil exploiteren moet een ontheffing aanvragen bij het college van B&W. Het college kan de ontheffing verlenen voor minimaal 20 en maximaal 30 jaar. Bij een klein collectief systeem wordt niet een partij aangewezen, maar kan een partij een ontheffing aanvragen. Dit kan gedaan worden door een publiek warmtebedrijf, een warmtegemeenschap of een derde mogelijkheid, namelijk een privaat warmtebedrijf.
Aanwijzen warmtebedrijf of warmtegemeenschap
Als een warmtebedrijf (in één van de bovenstaande vormen) geïnteresseerd is om duurzame energie te leveren in het de aangewezen gebiedskavel, moet het dat op tijd kenbaar maken als het aangewezen wil worden. Daarna Voor de aanwijzing maakt het potentiële warmtebedrijf een globaal kavelplan. Bij het maken van dit globale kavelplan wordt de eerder opgestelde de keuzes van de bewoners met het potentiële warmtebedrijf besproken. We gaan er van uit dat de keuzes van de bewoners zwaarwegend zijn voor het warmtebedrijf, bij de definitieve keuze voor een duurzame energievoorziening. .
Wanneer het college van B&W een warmtebedrijf heeft aangewezen, heeft het warmtebedrijf voor 20 tot 30 jaar de verplichting om warmte te leveren.
Het aangewezen warmtebedrijf/warmtegemeenschap maakt vervolgens een uitgewerkt kavelplan. In het uitgewerkte kavelplan wordt gedetailleerd aangegeven hoe er wordt omgegaan met zaken als de leveringszekerheid, ontwikkeling, aanleg, exploitatie en de manier waarop toekomstige verbruikers bij dit proces worden betrokken. Het bevat ook een ontwerp van de collectieve energiewarmtevoorziening en geeft aan wat de kosten voor alle betrokken partijen zijn.
Als laatste wordt de beschikbaarheid van collectieve voorzieningen voor individuele oplossingen, zoals de levering van voldoende elektriciteit, ook in dit uitgewerkte kavelplan meegenomen. Er worden afspraken gemaakt met Liander om hier vorm en inhoud aan te geven. Het college van B&W moet het uitgewerkte kavelplan goedkeuren.
Op basis van dit uitgewerkt kavelplan, maakt de werkgroep een wijkuitvoeringsplan waarin de concrete maatregelen worden beschreven die nodig zijn om de wijk over te laten stappen op schone energie. Deze wordt in de volgende stap voorgelegd aan het college van B&W.
